Lombok werkt hard aan verbroedering
In een tijd waarin spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen steeds zichtbaarder worden, doen welzijnswerkers er vaak alles aan om een brug te slaan tussen culturen. In Lombok bijvoorbeeld, waar ouderen van verschillende komaf elkaars religieuze feesten meevieren en elke week samen gymmen.
okee we gaan de armspieren even losmaken. En links, rechts, links, rechts, zegt fysiotherapeut Cor Zagers op de maat waarmee hij met de stok voor icht op de grond tikt. Sola, saga, vertaalt begeleidster Sultan Gültekin voor de Turkse deelneemsters. Maar deze oefening behoeft geen uitleg; algauw maken de senioren er een wedstrijdje vanwie het hardste kan. Een oorverdovend geroffel vult de zaal.
In het atrium van Zorgcentrum West in Lombok hebben zich een kleine 25 deelnemers verzameld voor het wekelijkse gymuurtje. Of eigenlijk gymdriekwartiertje, want de woensdagse les onder leiding van Zagers duurt 45 minuten. Aansluitend wacht de warme maaltijd.
De senioren zijn van diverse pluimage; Hollands, Surinaams of Turks, man of vrouw, van 55 tot 99 jaar. Hier zitten de mensen met pet, hoed, hoofddoek of blootshoofd gebroederlijk naast elkaar. Ze kunnen elkaar niet allemaal verstaan, vandaar dat Sultan Gültekin van de Turkse dagverzorging zo nu en dan de uitleg in het Turks vertaalt.
Maar de taal van bewegen is universeel, weet Zagers inmiddels. Vroeger legde ik meer dingen in woorden uit, nu doe ik veel met gebaren en hulpmiddelen, zoals een stok. Dat spreekt meer tot de verbeelding. Ik doe het voor, en iedereen doet mij na. Ongeacht hun cultuur, ze zijn allemaal even enthousiast.
Hij pakt de bal en duwt die naar de deelnemers, die de grote groene bal moeten terugduwen. Het gaat niet even gemakkelijk af, maar het gaat dan ook niet om de prestatie maar om het plezier. Gezien de vele lachende gezichten zit dat wel goed. Het gymuurtje is een van de manieren waarop hoofd dagverzorging Lia Hoogendoorn de verschillende culturen bij elkaar probeert te brengen. Zowel de Nederlandse, als de Surinaamse en Turkse dagverzorging heeft echt een eigen groep, omdat ouderen behoefte hebben aan vertrouwdheid en eigenheid. De groepen worden erg druk bezocht; binnen afzienbare tijd komt er ook nog Marokkaanse dagverzorging en een Turkse mannengroep bij. Maar daarnaast wordt er steeds meer samen gedaan, vertelt Hoogendoorn. Naast het gymmen vieren we bijvoorbeeld alle christelijke, hindoestaanse, creoolse en moslimvieringen samen. Dat zijn er een heleboel. Daarbij kijken we naar de overeenkomsten in plaats van de verschillen, en geven we uitleg over bepaalde rituelen. Dat is een eerste stap op weg naar interculturalisatie.
Uitgaan van wat je met elkaar gemeen hebt, is volgens haar een goede manier om de kloof te slechten. Bij het slachtfeest bijvoorbeeld zeiden Nederlanders vaak dat is niet van ons geloof. Maar als je uitlegt dat het sterk overeenkomt met het verhaal van Abraham in de bijbel, dan zeggen mensen : oh, dan wil ik dat feest ook wel ns meemaken. Zo blijken veel religieuze feesten op dezelfde principes of gedachten te stoelen. Het symbool, de kern is vaak gelijk. Als je dat laat zien, dan zijn die andere culturen opeens niet meer vreemd. De Turkse gemeenschap viert geen Kerst. Maar ze hebben hier met zn allen een boom op staan tuigen, zelfs de vrouw van de imam hielp mee. Met carnaval liep iedereen op het laatst mee met de polonaise.
En zo raken mensen zelf op latere leeftijd nog vertrouwd met andere culturen. Soms zijn mensen wat racistisch, maar als je ze met elkaar in contact brengt, kun je dat oplossen en vallen die vooroordelen weg, is de ervaring van Hoogendoorn. De frele Dhelia Pleisner doet ondertussen voorzichtig mee met de gymoefeningen. Ik ben op leeftijd, ik kan niet zo goed meer meedoen, zegt de 86-jarige dame haast verontschuldigend. Ze vindt het gezellig dat ze met zn allen bij elkaar zijn, al is ze wat dovig en kan ze daardoor niet alles even goed verstaan. Ook haar 99-jarige, maar nog altijd soepele buurman meneer Hoen vindt dat het wel goed gaat, zo met zn allen. Goed, de communicatie is soms wat lastig, maar daar stoort hij zich niet zo aan. En we hebben de gymnastiek nodig. Een bescheiden applausje aan het einde van de les is tegelijk het startsein voor de maaltijd. Langzaam zoekt iedereen zn weg naar de tafels.
Saniye Aras (58) bezoekt de gymles elke week trouw, en vindt het jammer dat het er weer op zit. Weliswaar spreekt ze geen Nederlands (al kan ze het wel verstaan), maar toch geniet ze van het samenzijn. Zoals vorige week, toen ze een rolstoelenwedstrijd hielden. Het is goed en gezellig om dingen gezamenlijk te doen. Mensen begrijpen elkaar beter. Maar vermoeidend, die gymles? Dat niet, zegt ze lachend. Nee...ik sterk!
Utrechts Nieuwsblad | Vivian de Gier | 24 mei 2003
|